De Museumnorm 2012 (VERVALLEN per 2015!)

 

 

 

Handleiding Museumnorm (versie 2012: VERVALLEN!)

 

1.0: Is uw museum een instelling in de zin van de ICOM museumdefinitie?

ICOM museumdefinitie: een museum is een permanente instelling, niet gericht op het behalen van winst, toegankelijk voor publiek, die ten dienste staat van de samenleving en haar ontwikkeling. Een museum verwerft, behoudt, onderzoekt, presenteert, documenteert en geeft bekendheid aan de materiële en immateriële getuigenissen van de mens en zijn omgeving, voor doeleinden van studie, educatie en genoegen.

NB (Reglement Museumregistratie): voor het permanente karakter van de kerncollectie geldt minimaal 50% in eigendom, dan wel langdurig in bruikleen (overeenkomst voor minimaal 25 jaar).

Categorie groeimodel: ICOM museumdefinitie. Weging: 1,0

 

1.1: Beschikt uw museum over een document waaruit de rechtspositie en het niet op winst-gerichte karakter van het museum blijkt?

Museumnorm: een museum heeft een geschreven beginselverklaring, statuut of ander document inzake de rechtspositie en het niet op winst gerichte karakter van het museum. Dit document is consistent en actueel.

Categorie groeimodel: A. Weging: 1,0

 

1.2: Kan uw museum aantoonbaar waarborgen dat het goed bestuurd wordt, met adequaat toezicht en transparante verantwoording?

Museumnorm: een museum waarborgt aantoonbaar dat het goed bestuurd wordt, met adequaat toezicht en transparante verantwoording.

Categorie groeimodel: C. Weging: 1,0

1.3a: Beschikt uw museum over een geschreven strategisch beleid dat is goedgekeurd door het bevoegd gezag?

Museumnorm: een museum heeft een geschreven strategisch beleid en past dit toe. Dit beleid is consistent, wordt periodiek geactualiseerd en beschrijft in ieder geval een missie, een visie, een strategie en doelstellingen.

Toelichting bij Museumnorm: Het wordt aanbevolen de beleidsperiodiciteit van het beleid samen te laten vallen met reguliere beleidstermijnen van gemeente, provincie of rijk en in ieder geval vast te leggen.
Het bevoegd gezag dient het beleid goedgekeurd te hebben (het bevoegd gezag is: bestuur of raad van toezicht van het museum of bevoegd gezag van gemeente, provincie of rijk).

Categorie groeimodel: B. Weging: 0,5

 

1.3b: Toetst uw museum de toepassing van het strategisch beleid door middel van voortgangsrapportages en/of jaarverslagen?

Toelichting bij Museumnorm: een museum toetst de toepassing van het strategisch beleid door middel van voortgangsrapportages en jaarverslagen.

Categorie groeimodel: b+. Weging: 0,5

 

1.3c: Beschikt uw museum over een geschreven missie?

Toelichting bij Museumnorm: een museum heeft een geschreven missie, die beknopt, herkenbaar en eenduidig geformuleerd de bestaansgrond  van de organisatie beschrijft. Een missie wordt voor de lange termijn geformuleerd.

Categorie groeimodel: A. Weging: 1,0

1.3d: Beschikt uw museum over een geschreven visie?

Toelichting bij Museumnorm: een museum heeft een geschreven visie die het gewenste toekomstbeeld van een organisatie beschrijft in relatie tot haar omgeving en het veranderingstraject dat op lange termijn nodig is om daar te komen. Een visie wordt afgeleid van, en is in overeenstemming met de missie.

Categorie groeimodel: A. Weging: 1,0

1.3e: Beschikt uw museum over geschreven strategische doelstellingen?

Toelichting bij Museumnorm: de doelstellingen van een organisatie vormen de brug tussen het strategisch op middellang termijn denken en het praktisch doen op korte termijn. Doelstellingen beschrijven tastbare resultaten die men nastreeft om de missie,visie en strategie van de organisatie te verwezenlijken en horen SMART geformuleerd te zijn: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden.

Categorie groeimodel: B. Weging: 1,0

 

 

2.0: Waarborgt uw museum dat medewerkers (betaald en onbetaald) vertrouwd zijn met de ethische code voor musea?

Museumnorm: een museum waarborgt dat medewerkers en vrijwilligers vertrouwd zijn met de Ethische Code voor Musea en de voor hun functie relevante wetgeving op internationaal, nationaal en lokaal niveau.

Categorie groeimodel: B. Weging: 1,0


2.1a: Beschikt uw museum over een kwaliteitssysteem?

Museumnorm: een museum heeft een kwaliteitssysteem en past dit toe. Dit systeem is consistent, wordt periodiek geactualiseerd en geëvalueerd en heeft in ieder geval betrekking op mensen, middelen en primaire processen.

Toelichting bij Museumnorm: een museum dient te beschikken over een kwaliteitssysteem dat bestaat uit een cyclus die een continue verbeteringsproces waarborgt. Het wordt aanbevolen als kwaliteitssysteem de Plan-Do-Check-Act (PDCA) methode toe te passen. 

Categorie groeimodel: C. Weging: 0,5

 

 

2.1b: Past uw museum het kwaliteitssysteem toe?

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: c+. Weging: 0,5

 

2.1c: Past u (binnen het kwaliteitssysteem) periodiek een risicoanalyse toe op het gebied van primaire processen, mensen en middelen?

Museumnorm: een museum voert periodiek een risicoanalyse uit en neemt maatregelen ter minimalisering van de daarin benoemde risico’s, in ieder geval op het gebied van mensen, middelen en primaire processen. De resultaten van deze analyse worden schriftelijk vastgelegd.

Categorie groeimodel: C. Weging: 1,0

 

2.1d: Worden de risicobeheersingsmaatregelen aangepast aan de resultaten van de periodieke risicoanalyses?

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: C. Weging: 1,0

 

 
   

2.2a: Worden de belanghebbenden van uw museum beschreven?

Museumnorm: Een museum beschrijft schriftelijk en periodiek zijn belanghebbenden en houdt rekening met hun belangen bij de uitvoering van de primaire bedrijfsprocessen.

Categorie groeimodel: C. Weging: 1,0

 

 

2.2b: Houdt uw museum rekening met de belanghebbenden bij het opstellen van het museale beleid?

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: C. Weging: 1,0

 

2.2c: Worden de belanghebbenden betrokken bij de evaluatie van producten en resultaten van uw museum?

Museumnorm: Een museum evalueert periodiek zijn producten en resultaten en betrekt daarbij de belanghebbenden van deze producten en resultaten. De resultaten van deze evaluatie worden schriftelijk vastgelegd.

Categorie groeimodel: C. Weging: 1,0

 

2.3: Past uw museum periodiek zelfevaluatie toe en worden de resultaten hiervan schriftelijk vastgelegd?

Museumnorm: Een museum past periodiek zelfevaluatie toe en volgt de uitkomsten daarvan op. De resultaten van deze evaluatie worden schriftelijk vastgelegd.

Categorie groeimodel: C. Weging: 1,0

3.1a: Beschikt uw museum over een sluitende begroting voor het lopende boekjaar?

Museumnorm: Een museum legt op professionele manier verantwoording af over alle financiële middelen en heeft een sluitende begroting en een jaarrekening. De jaarrekening bestaat in ieder geval uit de balans, de winst- en verliesrekening en een toelichting daarop. De jaarrekening heeft een akkoordverklaring conform de statuten.

Categorie groeimodel: A. Weging: 1,0

 

3.1b: Beschikt uw museum over een jaarrekening van het laatst afgesloten boekjaar die is vastgesteld door het bevoegd gezag? Zo ja, vermeld tevens het exploitatiesaldo.

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: A. Weging: 1,0

3.1c: Beschikt uw museum over een toelichting op afwijkingen tussen de oorspronkelijke begroting voor het boekjaar en de jaarrekening?

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: B. Weging: 1,0

3.2: Beschikt uw museum over een sluitende meerjarenbegroting?

Museumnorm: Een museum beschikt aantoonbaar over een financiële basis die de continuïteit van het museum zo waarborgt dat het museum zijn functies, zoals bepaald in de museumdefinitie, kan uitvoeren, onafhankelijk van activering van de collectie op de balans.

Categorie groeimodel: B. Weging: 1,0

4.1a: Beschikt uw museum over passende huisvesting voor de functies die het museum uit moet voeren zoals omschreven in de ICOM-definitie?

Museumnorm: Een museum heeft een passende omgeving om zijn functies, zoals bepaald in de museumdefinitie, uit te kunnen voeren.

Categorie groeimodel: C. Weging: 1,0

 

4.1b: Beschikt uw museum over een op schrift gesteld verbeterplan voor de huisvesting?

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: C. Weging: 1,0

4.2a: Beschikt uw museum over geschreven bezoekvoorwaarden?

Museumnorm: Een museum heeft geschreven bezoekvoorwaarden en stelt deze ter hand. Deze voorwaarden zijn consistent en worden periodiek geactualiseerd.

Categorie groeimodel: C. Weging: 0,5

4.2b: Zijn de bezoekvoorwaarden openbaar beschikbaar?

Museumnorm: Een museum heeft een geschreven beveiligings- en veiligheidsbeleid en past dit toe. Dit beleid is consistent, wordt periodiek geactualiseerd en beschrijft in ieder geval een procedure voor risicoanalyse, bedrijfshulpverlening, collectiehulpverlening en incidentenregistratie.

Categorie groeimodel: c+. Weging: 0,5

4.3a: Beschikt uw museum over een actueel veiligheids- en beveiligingsbeleid, risicoanalyse en procedure voor bedrijfshulpverlening (BHV), collectiehulpverlening (CHV) en incidentenregistratie?

Museumnorm: Een museum heeft een geschreven beveiligings- en veiligheidsbeleid en past dit toe. Dit beleid is consistent, wordt periodiek geactualiseerd en beschrijft in ieder geval een procedure voor risicoanalyse, bedrijfshulpverlening, collectiehulpverlening en incidentenregistratie.

Categorie groeimodel: B. Weging: 0,5

 

4.3b: Past het museum het veiligheids- en beveiligingsbeleid toe?

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: b+. Weging: 0,5

5.1: Beschikt het museum over de bezoekersaantallen van het afgelopen jaar? Zo ja, voeg een overzicht bij.

Museumnorm: Een museum is fysiek voor iedereen toegankelijk. Als een museum niet toegankelijk kan zijn voor mensen met een beperking mag deze eis beredeneerd en onderbouwd worden uitgesloten. Beperkingen in toegankelijkheid worden gecommuniceerd aan publiek.

Categorie groeimodel: #. Weging: 0.

 

5.1a: Is het museum fysiek toegankelijk voor iedereen?

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: C. Weging: 1,0

 

5.1b: Worden de beperkingen met betrekking tot de toegankelijkheid gecommuniceerd?

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: C. Weging: 1,0

5.2a: Beschikt het museum over vaste openingstijden gedurende regelmatige periodes? Geef tevens een overzicht van de tijden en periodes waarop het museum toegankelijk is voor het publiek.

Museumnorm: Een museum is toegankelijk op vaste tijden en gedurende regelmatige periodes die beredeneerd en onderbouwd gerelateerd zijn aan mensen, middelen en primaire processen.

Categorie groeimodel: B. Weging: 0,5

5.2b: Zijn de tijden en periodes waarop het museum toegankelijk is beredeneerd en onderbouwd?

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: B. Weging: 0,5

5.3a: Is de collectie en de collectie-informatie toegankelijk voor iedereen?

Museumnorm: Een museum maakt de collectie en informatie met betrekking tot de collectie voor iedereen toegankelijk, mede door digitale ontsluiting, met inachtneming van beperkingen die voortvloeien uit eisen van vertrouwelijkheid en veiligheid van de objecten.

Categorie groeimodel: B. Weging: 1,0

5.3b: Komt de toegankelijkheid van de collectie en collectie-informatie mede tot stand door digitale ontsluiting?

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: C. Weging: 1,0

5.3c: Beschikt het museum over een op schrift gesteld plan voor digitale ontsluiting?

Museumnorm: Een museum maakt de collectie en informatie met betrekking tot de collectie voor iedereen toegankelijk, mede door digitale ontsluiting, met inachtneming van beperkingen die voortvloeien uit eisen van vertrouwelijkheid en veiligheid van de objecten.

Categorie groeimodel: C. Weging: 1,0

5.3d: Worden de beperkingen die voortvloeien uit eisen van vertrouwelijkheid en veiligheid van objecten in acht genomen bij de ontsluiting?

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: C. Weging: 1,0

 

6.1a: Heeft het museum betaald personeel in dienst? Zo ja, vermeld het aantal FTE betaalde medewerkers.

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: #. Weging: 0.

6.1b: Beschikt het museum over een consistent op schrift gesteld personeelsbeleid voor betaald personeel?

Museumnorm: Een museum heeft, als het met betaalde krachten werkt, een geschreven personeelsbeleid en past dit toe. Dit beleid is consistent, wordt periodiek geactualiseerd en beschrijft in ieder geval een HRM cyclus en een scholingsbeleid.

Categorie groeimodel: C. Weging: 0,5

6.1c: Wordt het personeelsbeleid toegepast?

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: c+. Weging: 0,5

6.2a: Werken er vrijwilligers in het museum? Zo ja, vermeld hoeveel vrijwilligers er voor het museum werkzaam zijn.

Museumnorm: Een museum heeft, als het met vrijwilligers werkt, een geschreven vrijwilligersbeleid en past dit toe. Dit beleid is consistent, wordt periodiek geactualiseerd en beschrijft in ieder geval de wederzijdse rechten en plichten van vrijwilligers.

Categorie groeimodel: #. Weging: 0.

 

6.2b: Beschikt het museum over een geschreven vrijwilligersbeleid dat de wederzijdse rechten en plichten beschrijft?

Categorie groeimodel: C. Weging: 0,5

6.2c: Wordt dit vrijwilligersbeleid toegepast?

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: c+. Weging: 0,5

6.3: Waarborgt het museum dat medewerkers (betaald en onbetaald) zich houden aan de voor hun functie relevante wetgeving op internationaal, nationaal en lokaal niveau?

Museumnorm: Een museum waarborgt dat medewerkers en vrijwilligers vertrouwd zijn met de voor hun functie relevante wetgeving op internationaal, nationaal en lokaal niveau.

Categorie groeimodel: B. Weging: 1,0

6.4: Waarborgt het museum dat medewerkers (betaald en onbetaald) alle vertrouwelijke informatie die zij uit hoofde van hun functie verkrijgen beschermen en vertrouwelijk behandelen?

Museumnorm: Een museum waarborgt dat medewerkers en vrijwilligers alle vertrouwelijke informatie die zij uit hoofde van hun functie verkrijgen beschermen en vertrouwelijk behandelen.

Categorie groeimodel: C. Weging: 1,0

7.1: Beschikt het museum over een geschreven collectiebeleid dat is gericht op verwerven, registreren, behouden, onderzoeken en afstoten van de collectie?

Museumnorm: Een museum heeft een geschreven collectiebeleid en past dit toe. Dit beleid is consistent, wordt periodiek geactualiseerd en is gericht op verwerven, registreren, behouden, onderzoeken en afstoten van de collectie.

Categorie groeimodel: A. Weging: 1,0

7.2a: Beschikt het museum over een geschreven verzamelbeleid?

Museumnorm: Een museum heeft een geschreven verwervingsprocedure die voldoet aan de normen 22 en 23 en past deze toe. Deze procedure is consistent en wordt periodiek geactualiseerd.

Categorie groeimodel: B. Weging: 0,5

7.2b: Past het museum het verzamelbeleid toe?

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: b+. Weging: 0,5

7.2c: Beschikt het museum over een geschreven procedure voor herkomstonderzoek bij verwerving van objecten?

Museumnorm: Een museum doet voorafgaande aan de verwerving van een object een uiterste poging om zeker te stellen dat het legaal verworven is en stelt met uiterste zorgvuldigheid geschreven en zo volledig mogelijk de geschiedenis van een verworven object vast.

Categorie groeimodel: C. Weging: 0,5

 

7.2d: Past het museum de procedure voor herkomstonderzoek bij verwervingen toe?

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: c+. Weging: 0,5

7.3a: Beschikt het museum over een geschreven afstotingsprocedure?

Museumnorm: Een museum heeft een geschreven afstotingsprocedure die voldoet aan de normen 24, 25 en 26 en past deze toe. Dit beleid is consistent en wordt periodiek geactualiseerd.

Categorie groeimodel: B. Weging: 0,5

7.3b: Past het museum de afstotingsprocedure toe?

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: b+. Weging: 0,5

7.4a: Wordt een besluit tot afstoting uitsluitend op inhoudelijke gronden genomen, na afweging van de volledige cultuurhistorische waarde van het object, de aard ervan (al dan niet vervangbaar), de juridische positie en het mogelijke verlies van publiek vertrouwen dat hieruit zou kunnen voortvloeien. De beslissing tot afstoten wordt genomen door het bevoegd gezag van het museum.

Museumnorm: Een museum neemt een besluit tot afstoting uitsluitend op inhoudelijke gronden, na afweging van de volledige cultuurhistorische waarde van het object, de aard ervan (al dan niet vervangbaar), de juridische positie en het mogelijke verlies van publiek vertrouwen dat hieruit zou kunnen voortvloeien. De beslissing tot afstoten wordt genomen door het bevoegd gezag van het museum.

Categorie groeimodel: B. Weging: 1,0

 

7.4b: Wordt de beslissing tot afstoten genomen door het bevoegd gezag van het museum?

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: B. Weging: 1,0

7.4c: Worden alle beslissingen inzake afstoting schriftelijk vastgelegd en worden hierbij de objecten en de afstotingsprocedure beschreven?

Museumnorm: Een museum legt schriftelijk alle beslissingen inzake afstoting vast en beschrijft hierbij de objecten en de afstotingsprocedure.

Categorie groeimodel: B. Weging: 1,0

8.1a: Beschikt het museum over een geschreven registratieprocedure?

Museumnorm: Een museum heeft een geschreven registratieprocedure die voldoet aan de eisen 27 en 28 en past deze toe. Deze procedure is consistent en wordt periodiek geactualiseerd.

Categorie groeimodel: B. Weging: 0,5

8.1b: Past het museum de registratieprocedure toe?

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: b+. Weging: 0,5

8.2a: Zijn alle objecten geregistreerd?

Museumnorm: Een museum waarborgt dat alle objecten en bijbehorende informatie te allen tijde identificeerbaar, traceerbaar en overdraagbaar zijn.  Als er een registratieachterstand is heeft het museum een geschreven plan waarin beredeneerd en onderbouwd wordt omschreven hoe en op welke termijn deze achterstand wordt weggewerkt.

Categorie groeimodel: A. Weging: 1,0

8.2b: Beschikt het museum over een registratieplan waarin beschreven staat hoe en op welke termijn de achterstand weggewerkt zal worden? Zo ja, voeg dit plan bij.

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: A. Weging: 1,0

 

8.3a: Beschikt het museum over een geschreven procedure voor conservering en restauratie?

Museumnorm: Een museum heeft een geschreven procedure voor conservering en restauratie die voldoet aan de eisen 29 en 30 en past deze toe. Dit beleid is consistent en wordt periodiek geactualiseerd.

Categorie groeimodel: C. Weging: 0,5

8.3b: Past het museum de procedure voor conservering en restauratie toe?

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: c+. Weging: 0,5

8.3c: Inventariseert het museum periodiek of, en zo ja welke, handelingen ter conservering en restauratie nodig zijn?

Museumnorm: Een museum zorgt dat de collectie geconserveerd is. Hiertoe houdt het museum aantoonbaar en periodiek bij of handelingen ter conservering of restauratie nodig zijn. Indien nodig worden deze handelingen uitgevoerd binnen de voor de conservering van het object noodzakelijke termijn. Als de nodige handelingen ter conservering of restauratie niet binnen de voor de conservering van het object noodzakelijke termijn worden uitgevoerd heeft het museum een geschreven plan waarin beredeneerd en onderbouwd wordt omschreven hoe en op welke termijn deze achterstand wordt weggewerkt. Als door de aard van de collectie of het gebouw bepaalde handelingen niet mogelijk zijn mogen deze beredeneerd en onderbouwd worden uitgesloten.

Categorie groeimodel: B. Weging: 1,0

 

8.4a: Voert het museum doorlopend klimaatmetingen uit? Voeg een representatieve steekproef van de meetgegevens van het afgelopen jaar bij.

Museumnorm: Een museum zorgt dat de collectie in omstandigheden verkeert die voor de preventieve conservering noodzakelijk zijn. Hiertoe houdt het museum aantoonbaar en periodiek bij of er aanpassingen nodig zijn aan de omstandigheden, in ieder geval op basis van recent gemeten gegevens over klimaat en licht voor zover deze voor de collectie relevant zijn. Indien nodig worden aanpassingen gedaan binnen de voor de preventieve conservering van het object noodzakelijke termijn.  Als de nodige aanpassingen aan de omstandigheden niet worden uitgevoerd binnen de voor de preventieve conservering noodzakelijke termijn heeft het museum een geschreven plan waarin beredeneerd en onderbouwd wordt omschreven hoe en op welke termijn deze achterstand wordt weggewerkt. Als door de aard van de collectie of het gebouw bepaalde aanpassingen niet mogelijk zijn mogen deze beredeneerd en onderbouwd worden uitgesloten.

Categorie groeimodel: A. Weging: 1,0

 

8.4b: Beschikt het museum over een analyse van de klimaatbeheersing, inclusief plan van aanpak voor het verhelpen van eventuele zwakke punten? Zo ja, voeg dit plan bij.

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: B. Weging: 1,0

 

8.5a: Beschikt het museum over recente lichtmetingen? Voeg een representatieve steekproef van de meetgegevens van het afgelopen jaar bij.

Museumnorm: Een museum zorgt dat de collectie in omstandigheden verkeert die voor de preventieve conservering noodzakelijk zijn. Hiertoe houdt het museum aantoonbaar en periodiek bij of er aanpassingen nodig zijn aan de omstandigheden, in ieder geval op basis van recent gemeten gegevens over klimaat en licht voor zover deze voor de collectie relevant zijn. Indien nodig worden aanpassingen gedaan binnen de voor de preventieve conservering van het object noodzakelijke termijn.  Als de nodige aanpassingen aan de omstandigheden niet worden uitgevoerd binnen de voor de preventieve conservering noodzakelijke termijn heeft het museum een geschreven plan waarin beredeneerd en onderbouwd wordt omschreven hoe en op welke termijn deze achterstand wordt weggewerkt. Als door de aard van de collectie of het gebouw bepaalde aanpassingen niet mogelijk zijn mogen deze beredeneerd en onderbouwd worden uitgesloten.

Categorie groeimodel: A. Weging: 1,0

 

8.5b: Beschikt het museum over een analyse van de lichtbeheersing, inclusief plan van aanpak voor het verhelpen van eventuele zwakke punten? Zo ja, voeg dit plan bij.

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: B. Weging: 1,0

9.1a: Verricht het museum onderzoek naar de collectie, of laat het onderzoek door derden verrichten?

Museumnorm: Een museum zorgt er aantoonbaar voor dat er onderzoek naar de collectie gedaan wordt en waarborgt de overdracht van onderzoeksresultaten, kennis en vaardigheden met betrekking tot de collectie.

Categorie groeimodel: A. Weging: 1,0

9.1b: Maakt het museum de onderzoeksresultaten bekend?

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: C. Weging: 1,0

10.1a: Beschikt het museum over een geschreven tentoonstellingsbeleid dat in ieder geval doel, doelgroepen en middelen beschrijft?

Museumnorm: Een museum heeft een geschreven presentatiebeleid en past dit toe. Dit beleid is consistent, wordt periodiek geactualiseerd en beschrijft in ieder geval doel, doelgroepen en middelen. De resultaten van norm 7 (Een museum evalueert periodiek zijn producten en resultaten en betrekt daarbij de belanghebbenden van deze producten en resultaten. De resultaten van deze evaluatie worden schriftelijk vastgelegd) worden hierbij betrokken.

Categorie groeimodel: C. Weging: 0,5

 

10.1b: Past het museum dit tentoonstellingsbeleid toe?

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: c+. Weging: 0,5

10.1c: Evalueert het museum periodiek het tentoonstellingsbeleid?

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: C. Weging: 1,0

 

11,01a: Beschikt het museum over een geschreven communicatie- en marketingbeleid dat in ieder geval doel, doelgroepen en middelen beschrijft?

Museumnorm: Een museum heeft een geschreven communicatiebeleid en past dit toe. Dit beleid is consistent, wordt periodiek geactualiseerd en beschrijft in ieder geval doel, doelgroepen en middelen. De resultaten van norm 7 (Een museum evalueert periodiek zijn producten en resultaten en betrekt daarbij de belanghebbenden van deze producten en resultaten. De resultaten van deze evaluatie worden schriftelijk vastgelegd) worden hierbij betrokken.

Categorie groeimodel: C. Weging: 0,5

 

11,01b: Past het museum het communicatie- en marketingbeleid toe?

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: c+. Weging: 0,5

11,01c: Evalueert het museum periodiek het communicatie- en marketingbeleid?

Museumnorm: Een museum heeft een geschreven communicatiebeleid en past dit toe. Dit beleid is consistent, wordt periodiek geactualiseerd en beschrijft in ieder geval doel, doelgroepen en middelen. De resultaten van norm 7 (Een museum evalueert periodiek zijn producten en resultaten en betrekt daarbij de belanghebbenden van deze producten en resultaten. De resultaten van deze evaluatie worden schriftelijk vastgelegd) worden hierbij betrokken.

Categorie groeimodel: C. Weging: 1,0

 

12.1a: Beschikt het museum over een geschreven educatiebeleid dat in ieder geval doel, doelgroepen en middelen beschrijft?

Museumnorm: Een museum heeft een geschreven educatiebeleid en past dit toe. Dit beleid is consistent, wordt periodiek geactualiseerd en beschrijft in ieder geval doel, doelgroepen en middelen. De resultaten van norm 7 (Een museum evalueert periodiek zijn producten en resultaten en betrekt daarbij de belanghebbenden van deze producten en resultaten. De resultaten van deze evaluatie worden schriftelijk vastgelegd) worden hierbij betrokken.

Categorie groeimodel: C. Weging: 0,5

 

12.1b: Past het museum dit educatiebeleid toe?

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: c+. Weging: 0,5

12.1c: Evalueert het museum periodiek het educatiebeleid?

Museumnorm: zie boven.

Categorie groeimodel: C. Weging: 1,0